Opleidingskosten in een tweede spoortraject

Na de uitspraak van een rechter in Leeuwarden afgelopen weekend en de “ophef” die rondom deze zaak is ontstaan leek het Werkmans een goed idee om wat extra aandacht aan het onderwerp te besteden. Het kan namelijk over veel geld gaan voor de werkgever en een kans op een nieuwe baan voor de werknemer.

Het 2e spoortraject
Wanneer een werknemer en werkgever het er over eens zijn dat het niet mogelijk is voor de werknemer om terug te keren bij het huidige bedrijf (in een aangepaste of andere functie) dan wordt het tweede spoortraject ingezet. In dit traject zoeken beiden partijen actief naar een nieuwe werkplaats in een ander bedrijf. Vaak wordt op deze manier een nieuwe werkplaats gevonden voor de werknemer en kan het traject afgesloten worden.

Opleidingskosten
Soms kan het echter voorkomen dat er een geschikte werkplaats gevonden is voor de werknemer, maar om deze positie naar behoren in te vullen is er een stage of opleiding nodig. En bij een opleiding of stage horen kosten die gemaakt moeten worden. Daarmee gepaard gaat de vraag wie er verantwoordelijk is voor de kosten van deze opleiding. Het antwoord op deze vraag is vrij simpel en bestaat eigenlijk uit maar één voorwaarde. Wanneer de opleiding of stage ervoor zorgt dat de werknemer een garantie heeft op werkhervatting, dan is de werkgever verplicht om te betalen voor de opleidingskosten. De werkgever is namelijk wettelijk verplicht om haar werknemer aan een nieuwe baan te helpen. Mocht de werknemer geen uitzicht hebben op concrete werkhervatting na het afronden van de opleiding, dan zijn de kosten voor de werknemer zelf. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze regel en is alles niet zo zwart op wit zoals hierboven beschreven staat. Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp dan kunt u altijd contact opnemen met Werkmans.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.